Hermes Persmededeling

Het surrealisme van paars-groen: een overzicht van het asiel- en migratiebeleid

Organisatie:CD&V-Kamerfractie
Verstuurd door:Jan De Meyer
E-post:[EMAIL PROTECTED]
Internet:
Telefoon:02/549.90.65.
Telefax:02/549.85.46.
Datum:28-02-2002



Het surrealisme van paars-groen

Een overzicht van het asiel- en migratiebeleid



Het regeerakkoord stelt dat Belgi� een �open en verdraagzame samenleving moet zijn. Iedereen die hier verblijft moet zich aan de vigerende wetten en reglementen houden.�.

Niemand zal dit betwijfelen. Alleen loopt het grondig fout als de regering er maar niet in slaagt dit wetgevend kader aan te passen aan de noden die zich stellen, en aan de doelstellingen die zij zichzelf heeft voorgehouden.

Belgi� werd overspoeld door een stroom aan asielzoekers in het jaar 2000. Zo�n 42.691 aanvragen werden dat jaar ingediend. Nochtans had de regering een hervorming van de asielprocedure aangekondigd tegen het voorjaar van 2000. We hebben echter moeten wachten tot 10 november 2000 vooraleer er een voorontwerp door de ministerraad werd goedgekeurd. Geen nood dus, want de nieuwe procedure kwam er aan tegen Pasen 2001. De Paashaas bracht inderdaad een ei voor de regering, alleen was dit wel een vernietigend advies van de Raad van State. Terug naar af dus, en sedertdien is er van de hervorming geen spoor meer te vinden. Tot minister Vande Lanotte en Voorzitter De Gucht maar beslisten dat de hele hervorming helemaal niet prioritair meer was. De premier haastte zich om dit tegen te spreken, en kondigde aan dat de hervorming toch werd voortgezet. Het welles-nietes spelletje van de paars-groene regeringsploeg werd hier nog maar eens in al zijn glorie ge�llustreerd. Sedert de commissiezitting Binnenlandse Zaken van 17 oktober 2001 is er over dit punt toch al duidelijkheid gekomen. Ook de minister van Binnenlandse Zaken bevestigt nu dat de hervorming niet meer aan de orde is. Waarschijnlijk was hij de laatste die op de hoogte was van het afvoeren van zijn geesteskind.



1. De hervorming van de administratie.


Toch nog even herhalen waar het precies om ging. Om de asielaanvragen sneller te kunnen afwerken moest er een hervorming komen van de asieladministratie. Hiervoor zou de DVZ en het CGVS respectievelijk worden vervangen door de FAI (Federale Administratie Immigratie) en de FAA (Federale Administratie Asiel) Eind september 2000 werden de vakbonden door Pascal Smet ingelicht over de hervorming van de DVZ. Voor het einde van 2000 zou de uitreiking van een visa voor het grootste deel elektronisch verwerkt worden op de ambassades en de consulaten; half oktober zou een extern bureau aangeduid worden dat de diensten Visa, Asiel en Uitwijzingen zal doorlichten tegen de lente van 2001.

Aan het hoofd van de FAA komt een federale administrateur voor asiel, met een mandaat van zes jaar die zal werken met een beheersplan op basis van algemene richtlijnen van de minister van Binnenlandse Zaken. In het arrest van de Raad van State op het wetsontwerp van de regering werden heel wat vragen geplaatst bij de onafhankelijkheid van deze administrateur. De band met de minister van Binnenlandse Zaken, zou deze onafhankelijkheid danig in het gedrang brengen.

Het ontwerp voorziet ook in de oprichting van het Administratief Rechtscollege voor Asiel. De ARA of ook het AAJ � Administratieve Asieljurisdictie � zal de beroepen tegen de beslissingen van de FAA behandelen. Maar ook hierover was het advies van de Raad van State bijzonder kritisch, en werd opnieuw de onafhankelijkheid van deze instantie in twijfel getrokken.



2. Een nieuwe procedure


Voortaan zou de asielaanvraag met een nieuwe procedure worden afgehandeld. Aankomende asielaanvragers moeten hun aanvraag indienen in een van de verschillende aanmeldpunten, gelegen in grensgemeenten bij de voornaamste binnenkomstassen. Deze aanmeldpunten zijn 24 u op 24 u open. Indien een asielaanvrager zich niet meldt in een van deze punten, zal zijn aanvraag later eenvoudig en onmiddellijk onontvankelijk verklaard worden. Bij zijn aanvraag tot asiel moet de aanvrager ook zijn land van herkomst en de reisroute die hij gevolgd heeft, opgeven, zoniet wordt hij eveneens geweerd uit de procedure. Indien de Conventie van Dublin niet van toepassing is, en de asielaanvrager een correcte verklaring heeft afgelegd over land van herkomst en reisroute, wordt hij doorverwezen naar een van de 3 regionale asielcentra (Walloni�, Brussel ,Vlaanderen) voor verdere behandeling van zijn dossier.
De asielzoeker wordt binnen de 5 dagen van zijn aankomst ondervraagd. Vervolgens zijn 2 procedures mogelijk:
2.1 Snelle procedure voor manifest ongegronde aanvragen:
- beslissing binnen de 5 dagen
- 10 dagen om een eventueel beroep tegen deze beslissing te behandelen
In het totaal zal deze snel- procedure dus nooit meer dan 20 dagen bedragen.
Er bestaan een 15-tal redenen van niet-gegrondheid.
De belangrijkste zijn:
- geen gevolg geven aan een convocatie of verzoek om inlichtingen;
- frauduleuze aanvraag (zoals: poging tot bedrog inzake nationaliteit; bestaan van een vroegere asielaanvraag (eventueel onder een andere identiteit); gebruik van valse of vervalste documenten; ontbreken van reis- of identiteitsdocumenten;
- aankomst en asielaanvraag vermoedelijk geregeld door mensensmokkelaars of mensenhandelaars

2.2. "Normale "procedure (aanvragen die niet manifest ongegrond zijn)
Beslissing binnen de 3 maanden van aanvraag; beroep tegen een beslissing moet binnen de 15 dagen aangetekend worden; de beslissing in beroep valt in de daarop volgende 3 maanden .De maximumperiode afhandeling van deze procedure is dus 6, 5 maand. Op te merken valt dat gedurende deze ganse periode de aanvrager alleen materiele hulp kan bekomen, want ondergebracht in een centrum.

Bovendien zou het nieuwe asielbeleid de toepassing van het verdrag van Dublin herwaarderen. De regering liet het hier uitschijnen alsof ze eindelijk het ei van Columbus hadden gevonden. De Dublinconventie voorziet in het terugsturen van de vreemdeling naar de lidstaat waar die aantoonbaar is binnengekomen. Voor Belgi� is dit vrij voordelig aangezien ons land weinig buitengrenzen heeft. Het probleem schuilt echter wel in de aantoonbaarheid van het land van binnenkomst. Artikel 8 van deze zelfde conventie bepaalt dan ook dat de lidstaat waarbij het verzoek het eerst werd ingediend verantwoordelijk is voor de behandeling ervan. Minister Duquesne erkende in de commissie Binnenlandse Zaken (21/03/01) de moeilijkheden die zich stellen bij de toepassing van het Dublin-verdrag, en voegde er tevens aan toe dat een herziening van het verdrag noodzakelijk was.

De enige tastbare veranderingen in het asieldossier kwam er met de invoering van het �last in, first out� principe (Lifo). Deze methodiek werd ingevoerd om de asielcentra niet in sneltempo te laten vollopen, gezien de beslissing om voortaan enkel nog materiele steun te verlenen aan de asielzoekers. Met het Lifo-principe krijgen de nieuw ingediende aanvragen voorrang op de reeds hangende dossiers en moet DVZ de asielzoeker binnen de drie dagen ondervragen. Wordt de aanvraag afgewezen en gaat de asielzoeker daartegen in beroep bij het Commissariaat-generaal, dan komt er ook daar een verhoor binnen de tien werkdagen. Het nadeel van deze procedure bestaat er echter in dat de achterstand die in het verleden werd opgelopen niet weggewerkt wordt. Bovendien is de Omzendbrief van 15 december 1998 nog steeds in voege. Deze bepaalt immers dat �asielzoekers die onredelijk land op een eindbeslissing moeten of moesten wachten� door het toedoen van de overheid, in aanmerking komen voor het verlenen van een verblijfsvergunning. Zelfs met invoering van het Lifo-systeem is het aantal asieldossiers niet genoeg gedaald om ook de oude dossiers weg te werken.


Een illustratie aan de hand van cijfers.

Tot nog toe gebruikt men dus nog steeds het oude asielsysteem, gebaseerd op twee fases : de ontvankelijkheidsfase en de gegrondheidsfase.

a. ONTVANKELIJKHEIDSFASE


Januari 3 239 aanvragen
Februari 1 734 �
Maart 1 788 �
April 1 773 �
Mei 1 960 �
Juni 1 879 �
Juli 2 096 �
Augustus 2 349 �
September 2 053 �

TOTAAL 18 871 aanvragen tot eind september 2001.

In dezelfde periode werden door DVZ in de ontvankelijkheidsfase
2 296 dossier positief verklaard (gaan naar gegrondheidsfase)
29 268 negatief verklaard (kunnen beroep aantekenen bij Commissaris-generaal)

tot 1 oktober werden dan ook 24 141 dossiers voor beroep bij de Commissaris-generaal ingediend.
De Commissaris-generaal nam in die periode :
4 299 positieve beslissingen (gaan naar de gegrondheidsfase)
15 548 negatieve beslissingen (verlaten de procedure)

In totaal werden tot 1 oktober 2001 6 596 dossiers ontvankelijk verklaard !

OP 1 AUGUSTUS 2001 BEVONDEN ZICH NOG 25 764 DOSSIERS IN DE ONTVANKELIJKHEIDSFASE !



b. DE GEGRONDHEIDSFASE


Het commissariaat-generaal nam tot 1 oktober 2001 :

729 positieve beslissingen (blijven op het grondgebied)
1 716 negatieve beslissingen (kunnen in beroep bij de Vaste Beroepscommissie)

Van de negatieve beslissingen waren er voor die periode 1 041 dossiers die beroep aantekenden bij de Vaste Beroepscommissie.

De Vaste Beroepscommissie nam :

182 positieve beslissingen (blijven op het grondgebied)
1 322 negatieve beslissingen (kunnen nog in beroep bij de Raad van State)

OP 1 AUGUSTUS 2001 WAREN ER 13 607 DOSSIERS AANWEZIG IN DE GEGRONDHEIDSFASE !


CONCLUSIE

Het is duidelijk dat de regering alles op alles zet in de ontvankelijkheidsfase. Het LiFo principe speelt hier ten volle. De minister verklaart dat de achterstand wordt weggewerkt. Het is wel in de ontvankelijkheidsfase dat deze achterstand stilaan wordt bijgebeend.

Maar de gegrondheidsfase levert een veel groter probleem op. Gemiddeld werden in 2001 167 dossiers per maand afgehandeld in deze fase.
Gemiddeld waren dit 20 positieve adviezen door de Vaste Beroepscommissie, en gemiddeld 147 negatieve beslissingen die dan nog eens naar de Raad van State kunnen.

In de periode van 1 januari tot 1 oktober 2001 werden 182 positieve beslissingen genomen.
Met de wetenschap dat er zich op 1 augustus nog 13 607 dossiers bij de Vaste Beroepscommissie bevonden, duurt het nog jaren vooraleer die achterstand is weggewerkt.

Dit doet ons enkel besluiten dat een nieuwe regularisatiecampagne in de maak is. En zelfs indien dit niet het geval is, blijft er nog het artikel 9 derde lid van de wet van 15 december 1980 en de bijhorende omzendbrief.



3. Uitwijzen, repatri�ren en de Europese aanpak


Onnodig echter om nog maar eens te herhalen dat cijfers niet altijd alles zeggen. Steeds meer stellen we vast dat goed georganiseerde netwerken van mensensmokkelaars actief zijn. Vooral mensen uit het voormalige Oostblok vinden hun weg naar ons land. Het probleem van de stijgende aantallen Russen is hiervoor tekenend. Velen van hen doen niet eens nog de inspanning om een dossier bij DVZ in te dienen, aangezien zij toch niet in aanmerking kunnen komen voor een asielaanvraag. Deze mensen verdwijnen desgevallend in de illegaliteit, en vallen met grote waarschijnlijkheid ten prooi aan de criminaliteit in dergelijke milieus. Daarnaast kampt de regering ook met het probleem van de apatriden. Ondermeer Rusland wil wel al eens dwarsliggen om eigen onderdanen te erkennen. Een effici�nt uitwijsbeleid wordt hierdoor bemoeilijkt, en de minister slaagt er maar niet in om tot een werkbaar akkoord te komen met de Russische overheid.

Maar geen nood onze minister van Binnenlandse Zaken trok in het najaar van 2001 nog als een echte �inspecteur Clouseau� naar de buitengrenzen van de Europese Unie, met de wijze raad �Don�t talk, just do it� (De Standaard, 3 okt. 2001). Met de operatie �High Impact� werden een aantal controles uitgevoerd in samenwerking met de grenspolitie van een aantal kandidaat lidstaten. Zoals dan ook te verwachten leverden die groots aangekondigde controles niets op. Mensensmokkelaars opereren nu eenmaal niet langs streng bewaakte grensovergangen. Wel toonde de operatie aan dat er wel degelijk een zwart circuit bestaat van gestolen identiteitspapieren. Een probleem dat ons land op de zwarte lijst zet bij landen als de Verenigde Staten en ons het imago geeft van �wereldhoofdplaats van de paspoortenfraude� (De Standaard, 14/02/02).

De aanzet wordt door de operatie �High Impact� wel gegeven aan een Europese samenwerking op gebied van de grenscontroles, maar een gemeenschappelijke aanpak van het asielbeleid blijft uit. De akkoorden van Tampere blijven blijkbaar dode letter. Hoe verder Europa evolueert in de richting van ��n open ruimte, hoe groter de nood wordt aan een gezamenlijk Europees asielbeleid. Maar die prioriteit van het Belgisch voorzitterschap is blijkbaar ook in rook opgegaan. Nochtans tonen de gebeurtenissen van 11 september op zeer pijnlijke wijze aan dat een degelijke controle van de migratiestromen onontbeerlijke is. (iets wat de minister ook erkent in het antwoord op de vraag van Kristien Grauwels in commissie BiZa 17 oktober 2001) De berichten van een sterke aanwezigheid van � al dan niet Pakistaanse of Afghaanse � terroristen in Antwerpen moeten op zijn minst ernstig onderzocht worden. Het is totaal onduidelijk of de overheid hier ook onderzoek naar voert, of niet.



4. De regularisatiecampagne


Een half jaar na de aankondiging van een grootscheepse regularisatie door de minister van Binnenlandse Zaken verscheen dan uiteindelijk de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorie�n van vreemdelingen (B.S. 10/01/00). Hierna begon aldus de periode van drie weken te lopen waarbinnen vreemdelingen hun regularisatiedossier konden indienen bij de gemeenten.

Totaal aantal dossiers: 32.662 (voor meer dan 50.000 personen).

Na het afhandelen van de wetgevende procedure liep de installatie van de commissie maanden vertraging op wegens manoeuvres voor politieke benoemingen� Het eerste KB van 3 maart werd na tussenkomst van de minister van Justitie aangepast op de ministerraad van 28 april 2000. Pas op 8 mei werden de Kamers ge�nstalleerd. De eerste dossiers werden behandeld sinds 6 juli en toch herhaalde de minister nog steeds dat hij tegen juli 2001 alle dossiers zou hebben afgehandeld. De deadline kwam, maar het einde is nog steeds niet in zicht . De heel operatie zou afgerond geweest zijn tegen eind oktober 2001, maar alles is verdacht stil rond de regularisatiecampagne. Inmiddels zijn we 2002 maar blijkt dat de commissie nog steeds een aantal dossiers moet afronden.
In 66 % van de gevallen werd door het secretariaat een gunstig advies afgeleverd. Bij de adviezen die door de kamers werden uitgebracht liep die op tot 86 %. Kamerlid Pieter De Crem merkte op dat dit een zeer hoog percentage is, gezien het erkenningspercentage bij gelijkaardige regularisatiecampagnes in andere landen beduidend lager ligt.

Ondertussen lekten ook de berichten uit van misbruik en gesjoemel in de commissie voor regularisatie, waarbij ook persoonlijke tussenkomsten van de minister van Binnenlandse Zaken genoemd worden. Vanuit de CD&V-fractie werd reeds de oprichting van een onderzoekscommissie naar de gang van zaken bij de regularisatiecampagne gevraagd.

Ook in dit dossier blijft natuurlijk de moeilijkheid om diegenen op te volgen die het bevel hebben gekregen het grondgebied te verlaten. In de praktijk blijkt dat deze mensen terug in de illegaliteit verdwijnen, met alle gevolgen van dien.


[Reageren] [Persmededeling en reacties op het web nalezen]


Hermes is de gratis persmededelingendienst van Politiek.net

Deze berichten werden verstuurd naar de nieuwsredacties en de abonnees van Hermes. Meer informatie en in- en uitschrijven kan via http://www.politiek.net/hermes of via een berichtje naar [EMAIL PROTECTED].

Hermes is beschikbaar met de volledige persmededeling, een dagelijks overzicht, een wekelijks overzicht, of een dagelijks overzicht gefilterd op sleutelwoorden. Je kan je instellingen wijzigen via Mijn.politiek.net.

Politiek.net is in geen geval verantwoordelijk voor de inhoud van deze mededelingen.

Antwoord per e-mail aan