Brussel, 26 maart 2002
Moeten
alle Vlaamse boeren naar Oost-Europa
verhuizen? De
CD&V-fractie in het Vlaams Parlement heeft met bezorgdheid kennis
genomen van de standpunten van de diverse actoren tijdens de hoorzitting in de
Commissie Leefmilieu over het voorstel tot wijziging van het decreet
Natuurbehoud van 21 oktober 1997. Het is
duidelijk dat het voorstel van de paarsgroene meerderheid verder gaat dan de
loutere implementatie van de vogel- en habitatrichtlijn. Het is onaanvaardbaar dat de
landbouwbedrijfsvoering en teeltplan beperkt worden in agrarische gebieden,
terwijl de ruimtebalans van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in
onevenwicht wordt gebracht. Het
moeizaam bereikte evenwicht tussen landbouw en natuur, voorzien in het
natuurdecreet van 1997, wordt door een gebrek aan overleg en door het uithollen
van het agrarisch gebied teniet gedaan. Door
de talrijke overdrukken van beschermingszones en ruimtelijke afbakeningen is er
geen enkele garantie meer op de 750.000 ha landbouwgrond, maar blijkt dat meer
dan 60% van de landbouwgrond belast wordt met allerlei
beperkingen. Zoals
in de problematiek van de afbakening van de kwetsbare gebieden wil de
paarsgroene meerderheid niet weten van een socio-economische studie die de
gevolgen voor de landbouwers in kaart brengt, alvorens dergelijke verregaande
voorstellen door te duwen. CD&V
pleit voor veel meer overleg met en tussen landbouwers- en
milieuverenigingen en voor een evenwichtig natuurdecreet dat ook rekening
houdt met de rechtszekerheid van de ruimtegebruikers. Meer
info:
Peter Poulussen
Persvoorlichter CD&V-Fractie Vlaams Parlement 02 552 13 57 0475 95 11 68 |

