VAART-bericht van: "J.Evens" <[EMAIL PROTECTED]>

Hallo vaarters,

bij voorbaat excuses voor de lengte van deze mail, maar de info is
belangrijk, zeker voor degenen, die niet bij het eerste bericht gelijk op
het web gaan surfen:

On Wed, 17 Sep 2008 23:55:30 +0200, John wrote:

~~Subject: Re: VAART! CCR regels zorgen voor voortijdig einde klein schip
~~
~~VAART-bericht van: Johnny van Maren <[EMAIL PROTECTED]>
~~
~~En welke regels zijn dat allemaal?
~~Die 70 decibel is wel haalbaar? en men kan ook nieuwe kleine schepen
~~bouwen. het oneerlijke is natuurlijk dat het enkel op de rijn geld en
~~dat al die oude ....... op de kanalen door mag varen
~~ik zit nu in hamburg en 70% van wat hier vaart is oostblok.
~~
~~gr john~~

Even inhakend op je laatste twee regels: 

De groep schepen, waar in het bericht van de ASV. op gedoeld wordt, zijn
schepen, die vanwege hun bouwjaar en het daarbij behorende bouwconcept van
een andere generatie zijn als de nieuwbouw van de laatste 20 jaar, maar
daarom in overwegende mate nog geen "oude tr.....", sterker nog, dikwijls
netjes in orde en net zo veilig, in ieder geval wat betreft de droge
lading vaart) als een nieuwbouw. De schepen, die ten onrechte in de
verdrukking komen, zijn allemaal schepen, die een Rijncertificaat of een
communautair certificaat hebben, en tot nu toe conform de regels in orde
waren, omdat de nieuwbouweisen niet golden voor de bestaande vloot. Een
paar jaar geleden is de Centrale Rijnvaartcommissie toe gaan werken naar
een verandering in die regel, waarbij ook de bestaande vloot uiteindelijk
aan de nieuwbouweisen moest gaan voldoen. Dat had weinig of niets te maken
met het waken over de veiligheid, wat de oorspronkelijke hoofddoelstelling
van de CCR. is, maar met het streven naar een vloot op basis van de
laatste stand der techniek. Dat er, om aan de nieuwbouweisen te kunnen
voldoen, een aantal overgangstermijnen zijn geweest, die de komende jaren
gaan aflopen, en waarover nu wordt verweten, dat men toch de tijd heeft
gehad, om erop in te spelen, doet niets af aan het feit, dat het de
toekomst van het grootste deel van de vloot van voor de tachtiger jaren op
het spel zet, en daarmee het vervoer over water, wat ermee wordt verricht.
Het wordt twijfelachtig, om nog met zo'n schip te beginnen, omdat je
allerlei kosten boven het hoofd hangen, als het technisch al haalbaar is,
terwijl financiers toch al niet zaten te springen, om in dit segment
gemakkelijk kredieten te verstrekken. Om over nieuwbouw van enige omvang
maar te zwijgen

Als je niet meer kunt gebruikmaken van de overgangsregelingen van het
ROSR, zolang die er nog zijn, kun je straks alleen nog gebruikmaken van
diezelfde overgangsregelingen van het communautair certificaat, die
gelijkluidend zijn, maar wat ruimer geinterpreteerd mogen worden door de
lidstaten. Dan mag je alleen nog opereren binnen de landsgrezen, en al
helemaal niet meer op de Rijn of de Donau. Alles conform de Europese
richtlijn 2006/87/EG.
Of de ex-Oost-Europese vloot, die momenteel via bi-laterale verdragen
binnen Duitsland nog opereren mag, daar dan nog steeds bescherming van
geniet, zal moeten blijken, maar commentaren, die ik daarover gelezen heb,
gaan daar wel van uit.

Groetjes en veel leesplezier (en misschien tot zaterdagmiddag?)

Jos Evens.

Hieronder volgt een lijst met punten, die (kopie van de EFM-website) aan
de orde zijn, met de bijbehorende data.

Overgangsbepalingen (op jaartal) versie 11-07
(enigszins selectief, gehele lijst in ROSR Artikel 24.02)
droge lading binnenvaart Lwl>20 m of waterverpl>100 m3 en bouwjaar > 1976
bij NVO (nieuwbouw, vervanging en ombouw) dienen alle regels direct
uitgevoerd te worden
aantal overgangsbepalingen aléén voor schepen met bouwjaar vóór 01-04-1976
(overige schepen dienen hier al aan te voldoen!)

artkelen uit te voeren bij verlenging certificaat na 1 januari 2010:

géén verblijven voor voorpiekschot 3.03.2 
verblijven gasdicht van MK, ketel- en laadruimen gescheiden 3.03.4 
bewaking op eventuele deur in achterpiekschot 3.03.5 
2de aandrijfinrichting stuurwerk met één handeling 6.02.2 
géén andere installaties op hydraulische stuurwerkinstallatie 6.03.1
afz. hydraulic tanks bij 2 stuurmachines (scheidingsschot toegestaan) 6.03.2 
automatische ontkoppeling handstuurwerk bij overschakelen op mech. 6.05.1 
niveaualarm op beide hydraulictanks en systeemdruk stuurwerk 6.07.2a 
gekleurde vensters (min lichtdoorlaatheid 75%) 7.02.5 
signalering en controle bij storing automatisch op andere stroombron 7.03.8
bediening voorstuwingsmotor met één handel 7.04.2 NVO 2010/2035 (d.o.)
alarminstallatie vanuit stuurstand naar verblijven, MK's, etc (aan/uit) 7.09 
alle machines beveiligd tegen onopzettelijk in bedrstellen (bedr schakel) 8.02.1
motoralarmering (bemanningsverklaring) geld voor elk schip 8.03.2 
hoofdmotor niet automatisch stationair/stil door elektronische regeling 8.03.3 
geen brandstoftank voor aanvaringschot 8.05.3 
geen dagtank of appendages boven uitlaat 8.05.4 
vulleiding gasolie genormaliseerd, ontluchting 1,25xvulopening 8.05.6 
peilinrichting gasolietank(s) tot bovenaan afleesbaar 8.05.9/10 
afsluiter tussen aanluiting ballast aan lenssysteem (géén terugslagklep) 8.06.8 
peilmogelijkheid op vulling ruim (vloeibaar en poedertankers?) 8.06.9
inrichting voor verzamelen bilgewater 8.07.2 
Schema's schakelinstallatie/verdeelkasten aan boord 9.01.2 
installaties werken bij omgevingstemp in schip 0/40 en aan dek -20/40 gr 9.01.3 
tweede (nood)energiebron moet nodige gebruikers 30 min kunnen voeden 9.02.1 
> 50 V aardfoutbewaking met optisch en akoestich alarm 9.12.3b 
noodstopschakelaars op ventilatoren, kachels, brandstofpompen 9.13 
dubbelpolige schakelaars, uitgezonderd verlichting droge verblijven 9.14.3 
kabels van beweegbare stuurhuizen: soepel, -20/50 gr 9.15.9 
ankeruitrusting volgens formule en eisen 10.01 
voor iedere opvarende een automatisch opblaasbaar zwemvest (volg norm) 10.05.2 
eisen aan luiken en lieren (veiligheid) 11.10/11 
controlelampjes op navigatieverlichting (dimbaar) 7.05.2 < bj 1976 bij verl 
cert.
blussers vlg EN norm, geschikt ABC, CO2 alléén keuken (1 kg/15 m3) 10.03 NVO 
uiterlijk 1-1-2010
vast ingebouwde blusinstallatie in MK e.d. volgens eisen 10.03b NVO divers zie 
ROSR
strenge eisen aan drinkwaterinstallatie 12.05 NVO uiterlijk 1-1-2007 
(o.a. géén scheidingsschot met andere tank toegestaan!!)

artkelen uit te voeren bij verlenging certificaat na 1 januari 2015

géén noodzakelijke voorzieningen voor voorpiekschot 3.03.2
maximum geluidsniveau in MK: 110 dB  3.04.7 < bj 1976
veiligheidsafstand en vrijboord volgens eisen 4.01/2/3 < bj 1976
géén waterverontreiniging door smering roerkoning 6.01.7 
twee onafh. stuursystemen (tot laatste klep)[ook bij roerpropellor e.d.] 6.06.1 
eisen aan elektronische installatie stuurwek  vlg 9.20 6.08.1 
maximum geluidsniveau in stuurhuis(stand) 70 dB 7.01.2 < bj 1976
vrij uitzicht roerganger (dode hoek<250m, 240 van 360/140gr naar voren) 
7.02.2/3 
verbrandingsmotoren vlampunt boven 55 graden 8.01.3 
geen waterverontreiniging door smering van schroefas(sen) 8.03.4 
brandstoftank(s) van staal, grenzen aan scheepsromp of vast eraan  8.05.1 
bediening aan dek van afsluitinrichtingen 8.05.7 
(laag)niveaualarm op gasolietanks ook niet noodzakelijk zijn voor de vaart 
8.05.13 
minimale capaciteit en diameter van lensleidingen 8.06.3/4 < bj 1976 
maximaal geluidsniveau op 25 m. stilligend 65 dB (varend 75 dB)   8.08.3 
maximaal geluidsniveau op 25 m. varend 75 dB, stilliggende 65 dB 8.08.3 <bj 1976
elektrische installatie volgens de eisen (tot overgangsbepalingen 24.02) 
9.01..17 < bj 1976
voeding voor bediening voortst en stuurwerk direct van hoofdschakelbord 9.12.2d 
verlichting MK op twee groepen 9.16.3 
alarm en beveiliging werktuigbouwkundige installaties (ook binair) 9.19 
goedgekeurde bijboot als: >150 ton of >150 m3 of Pd > 250 of Ph > 50 10.04 
bij valhoogte van 1 m of meer bij dekken etc. railing van min 70 cm. 11.02.4 
eisen aan (auto)kraan, tot 2000 kg elke 10 jaar testen 11.12 

artkelen uit te voeren bij verlenging certificaat na 1 januari 2035

plaats van het aanvaringsschot(achterpiekschot ?!?) 3.03.1 < bj 1976 
gasolietank niet grenzen aan ruimten voor passagiers en verblijven 3.04.2 < bj 
1976 
nooduitgang MK en ketelruimten als A>35 m2 of Dmax > 5m. 3.04.6 
minimum snelheid (proefvaart) 13 km/uur (ook evt gekoppeld) 5.06.1 
manoeuvreereigenschappen (proefvaart vlg Richtlijn 1 en 2) 6.01.1 
stuurinrichting geschikt slagzij 15 gr en omgevingstemp -20/+50 gr 6.01.3 
tweede stuurinrichting voldoet aan eisen hoofdstuurinrichting 6.02.3 
noodinrichting bij niet hydraulisch hefbare stuurhuizen 7.12 1ste al
Benodigde bescheiden, komplete set elektr. tekeningen naar SI 9.01.1 
eisen aan elektronische instalaties 9.20 
eisen aan elektromagnetische verdraagzaamheid 9.21 
in verblijven, stuurh. en pass.ruimten aléén sprinkler als vast blussyst. 
10.03a 
gangboord volgens eisen 'nieuwbouw' voor schepen bj vanaf 1995  11.04 
ingang(en) min 190 x 60 cm (Bwl<8 m 50 cm) 11.05
nooduitgangen min 0,36 m2 / 0,5 m 11.06 
leidingen gevaarlijke stoffen en gassen 12.02.13 
overige bepalingen inzake verblijven (o.a. bed min. 200 x 90 cm, h min 2 m.) 
12.07 
maximaal geluidsniveau verblijven 70 dB, slaapkamers 60 dB 12.02.5 

artkelen uit te voeren bij verlenging certificaat na 1 januari 2041

boegankers binnen de huid (ankernissen) 3.03.7 








* Stoppen met nieuwbouw >86 m? www.vaart.nl/peiling
* Het adres voor reacties en nieuwe berichten: [email protected]
* Afmelden op: [EMAIL PROTECTED] met tekst: unsubscribe VAART-L


Antwoord per e-mail aan