VAART-bericht van: "S.J. de Waard" <[email protected]>
Inhoudelijk kan ik als buitenstaander weinig bijdragen aan de discussie
over de crisis. Maar informeren is geen probleem. Hierbij een stuk uit
de brief van de staatssecretaris aan de kamer. Het vervolg ging alleen
over doofheid aan één oor en het klein vaarbewijs.
Simon
03011455
Datum 25 september 2009
Onderwerp: Toezeggingen Binnenvaart Algemeen Overleg 30 juni jl.
Geachte voorzitter,
Hierbij informeer ik u over enkele onderwerpen zoals toegezegd tijdens
het Algemeen Overleg op 30 juni jl. over de Binnenvaart. Het betreft de
crisis in de binnenvaart, de toepassing van de hardheidsclausule en de
relatie tussen doofheid aan één oor en het kleine vaarbewijs.
1. Crisis in de Binnenvaart
De economische neergang van het afgelopen jaar heeft er toe geleid dat
veel ondernemingen in het goederenvervoer in financiële problemen zijn
gekomen. Dit geldt ook voor de binnenvaartsector. Tijdens het Algemeen
Overleg op 30 juni j.l. heb ik hierover uitgebreid met u van gedachten
gewisseld. Ik heb uw Commissie toen geïnformeerd over mijn steun aan de
sectororganisaties die gezamenlijk, en in overleg met mij, zoeken naar
oplossingen voor de ontstane problemen.
In dit kader is de afgelopen maanden door mijn departement overleg
gevoerd met vertegenwoordigers van de verschillende
binnenvaartorganisaties (Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart,
Het Kantoor, Vereniging van Waterbouwers, Koninklijke Schuttevaer en de
Algemeene Schippersvereeniging) en de financiële sector. Hoewel er
tekenen zijn die wijzen op een herstel - de prijzen voor het vervoeren
van lading per binnenvaartschip zijn de afgelopen maand in sommige
deelsegmenten gestegen - blijft de situatie onverminderd zorgen baren.
Zeer recent ontving ik een studie, die in opdracht van het Crisisberaad
Binnenvaart (1 ) met subsidie vanuit mijn departement is uitgevoerd,
naar de effecten van de crisis op de binnenvaart. Hieruit blijkt dat de
vrachtprijzen voor grote motorvrachtschepen pas in 2014 weer op het
niveau liggen van 2008. Daarbij wordt verondersteld dat er weer sprake
is van een economische groei van 3% vanaf eind 2010. Vanaf 2011 wordt
verbetering in het ladingaanbod of de vrachtprijzen verwacht. Informatie
uit de financiële sector wijst er op dat veel binnenvaartondernemingen
geconfronteerd worden met betalingsproblemen.
Tijdens het debat op 30 juni j.l. heb ik u aangegeven dat ik de crisis
in de binnenvaart wil aanmelden bij de Europese Commissie. Daarvoor is
nodig dat de stelling dat de markt ernstig is verstoord, zoals
omschreven in Richtlijn 96/75/EG, wordt onderbouwd met concrete
gegevens. De sector werkt hier hard aan en ik verwacht dat op korte
termijn de onderbouwing gereed is. De reeds aangehaalde studie zal
hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Een solide onderbouwing is des
te belangrijker, omdat de meningen over dit onderwerp internationaal
uiteenlopen. Zo is Duitsland van mening dat deze crisis niet onder de
definitie van de genoemde Richtlijn valt. Met behulp van een goede
onderbouwing moet Duitsland aldus worden overtuigd van ons standpunt.
Het zou de zaak versterken wanneer de crisisaanmelding van Nederland
richting de Europese Commissie gepaard gaat met het aanbieden van een
crisisbestrijdingsplan. Dit geldt temeer, omdat het de inzet is om voor
dit plan gebruik te gaan maken van de Europese reservefondsen voor de
binnenvaart. Inzet hiervan kan namelijk aan de orde komen als een
lidstaat de crisis heeft aangemeld.
Het Crisisberaad Binnenvaart heeft op 18 september j.l. de contouren van
haar plan gepresenteerd om de capaciteit van de binnenvaartvloot
tijdelijk te reduceren. De komende weken wordt het plan besproken met de
binnenvaartondernemers. Het crisisberaad verwacht haar conclusies eind
oktober te kunnen presenteren. Hierna zal de Nederlandse
Mededingingsautoriteit het plan beoordelen, waarvoor zij enkele weken
nodig heeft.
Ik heb internationaal overleg geïnitieerd over de crisisaanpak in Europa
met onder meer de Europese Commissie en verschillende Europese
binnenvaartlanden. Daaruit bleek dat eenieder het eens is over de omvang
van de crisis en dat de crisisaanpak in de diverse landen weinig van
elkaar verschilt.
De landen die actie hebben ondernomen doen dat met name op het gebied
van infrastructuur en ondersteuning die min of meer vergelijkbaar is met
de Nederlandse borgstellingsregeling. In tegenstelling tot Nederland is
geen van de andere binnenvaartlanden, om uiteenlopende redenen, van plan
de crisis aan te melden. De Europese Commissie heeft momenteel geen
concrete sectorgerichte plannen om de crisis in de binnenvaart aan te
pakken. Wel organiseert de Commissie op 12 november a.s. een “hearing”
voor de binnenvaartsector. Alle betrokken partijen krijgen dan de
gelegenheid hun standpunten nader toe te lichten.
Voor de uitvoering van het crisisplan van het Crisisberaad Binnenvaart
is internationale afstemming noodzakelijk. Om deze reden heb ik in
voornoemd internationaal overleg het Crisisberaad de mogelijkheid
gegeven het plan te presenteren. Dit is ook van belang omdat Europese
regelgeving de Europese brancheorganisaties de mogelijkheid biedt om
verzoeken in te dienen bij de Europese Commissie voor de besteding van
het Europese reserve fonds. Omdat een dergelijk verzoek unaniem dient te
zijn is Europese afstemming van ideeën noodzakelijk.
Tijdens het Algemeen Overleg van 30 juni 2009 vroeg de SP-fractie of
vervroegde pensionering een passende crisismaatregel zou kunnen zijn om
daarmee een vrije uitstroom zonder gedwongen ontslagen of
faillissementen tot stand te brengen. Deze maatregel lijkt echter geen
bijdrage aan de oplossing voor de crisis. Met name omdat het niet
ingrijpt op het directe probleem van de overcapaciteit aan laadruimte.
Als een schipper met pensioen gaat, blijft zijn schip onderdeel uitmaken
van de binnenvaartvloot. Negatief is ook dat met vervroegde pensionering
kennis en kunde vroegtijdig verdwijnen uit de sector, terwijl die kennis
en kunde hard nodig zijn op het moment dat het ladingaanbod na de crisis
weer aantrekt.
(1) Het Crisisberaad Binnenvaart is een samenwerkingsverband van de
binnenvaartorganisaties Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart en
Kantoor Binnenvaart.
2. De toepassing van de hardheidsclausule
Tijdens het Algemeen Overleg van 30 juni 2009 heb ik toegezegd mijn
initiatief om de hardheidsclausule ruimhartig toe te passen, verder te
concretiseren. Met de binnenvaartorganisaties is deze maand overleg
gevoerd over de toepassing van de hardheidsclausule in het licht van de
economische crisis. Dit overleg heeft geleid tot een concrete lijn die
de Nederlandse delegatie in de CCR en de EU zal hanteren.
Die lijn is, dat overgangsbepalingen en de reguliere toepassing van de
hardheidclausule gewoon gebruikt zullen blijven worden. Een individuele
ondernemer houdt een inspanningverplichting om zijn schip zo goed
mogelijk aan de technische eisen van de CCR en de EU richtlijn
2006/87/EG te laten voldoen. De bijzondere toepassing in verband met de
crisis houdt in dat een schipper, die in 2010 of 2011 aan kan geven dat
de cumulatieve investeringen om te voldoen aan de bepalingen waarvan de
overgangstermijn in 2010 afloopt, meer dan € 2500 euro bedragen, uitstel
krijgt tot de volgende verlenging van het certificaat om aan de
desbetreffende overgangsbepalingen te voldoen.
Vanzelfsprekend vergt dit een besluit van de CCR respectievelijk EU.
Indien het voorstel wordt aangenomen zal IVW op het certificaat
aantekenen welke overgangsbepalingen zijn uitgesteld, zodat het schip
geen hinder ondervindt in het buitenland. Er is geen sprake van
vrijstelling van de onderzoeksplicht voor het verlengen van het
certificaat voor een vaartuig. Elk schip dient te voldoen aan de
technische eisen van de CCR en de EU richtlijn 2006/87/EG.
In 2011 wordt bekeken of de termijn voor de bijzondere toepassing
verlengd moet worden. Dit is afhankelijk van het herstel van de markt en
is op dit moment nog niet te overzien.
* Hoe denk je over het Crisisberaad? www.vaart.nl/peiling
* Het adres voor reacties en nieuwe berichten: [email protected]
* Afmelden op: [email protected] met tekst: unsubscribe VAART-L