VAART-bericht van: Harm Bathoorn <[email protected]> On Friday 30 October 2009 07:36:27 Nico wrote:
Helemaal met je eens, maar .... > Op het moment dat er alleen nog maar clusters van 500000 ton zijn dan > verdwijnt de arrogantie de verladers supersnel want dan hebben ze geen > indicatie meer hoe de verhouding tussen vraag en aanbod is. Ik geloof niet dat er sprake is van een arrogant machtsmisbruik van verladers kant. Ze kunnen dat soort aabiedingen ook maar moeilijk weerstaan. Eerder zit het probleem bij de tussenpersonen, de bevrachters met name. Marnix Gijsen typeerde een bevrachter heel raak in: "Klaaglied om Agnes" (1951). Lohman, een bevrachter van binnenschepen, bij wie zij zich op een blauwe maandag aanmeldde, stelde vast dat zij Duits verstond, blijkbaar intelligent was en toen hij merkte dat zij de techniek van het beroep van secretaresse helemaal niet kende, was hij wijs genoeg om haar dadelijk aan te werven tegen een loon dat een sneeuwruimer met verontwaardiging zou hebben afgewezen. Ik maakte vrij vlug met Lohman kennis, want ik kwam Agnes elke dag op haar bureau afhalen. Hij was een haai van klein formaat, maar zo zuiver als type dat ik later weinig even volmaakte exemplaren heb ontmoet. Zo kenmerkend was hij voor zijn soort, dat men zich niet kon beletten een zekere bewondering voor hem te voelen. In die tijd was de uitdrukking ‘perfecte misdaad’ nog niet in omloop, maar het begrip bestond. Wat Agnes mij over Lohman vertelde, wat ik zelf ondervond, vervulde mij met een mengeling van eerbied en afgrijzen. Heel zijn bestaan was gewijd aan het gevecht tegen een aantal kleine haaien zoals hijzelf, en geen onder hen was gekwetst of verontwaardigd wanneer Lohman erin slaagde hen op een of andere wijze te onderkruipen. Zij wisten dat zij enkele weken tevoren hetzelfde hadden gedaan tegenover hem. Met verbazing bemerkten Agnes en ik dat deze groep van mensen, die voor het publiek verschenen als gevestigde handelslui en dus weldoeners van onze stad, zich bewoog in een gebied waar het normale fatsoen, de grondslag der burgerlijke maatschappij, even onbekend was als de zeden der Marsbewoners. Wat Agnes en mij het meest verbaasde was dat Lohman en zijn ongure concurrenten allen voorbeeldige huisvaders waren, redelijk trouwe echtgenoten en solide kerkgangers of soms ook onopvallende vrijgezinden. Dat er tussen hun professionele bedrijvigheid en hun burgerlijk bestaan een volledige afscheiding kon bestaan, was een toestand, een fantastisch fenomeen, dat bij Agnes en mij aanvankelijk grote hilariteit verwekte omwille van zijn ongelooflijke wanstaltigheid, maar dat ons allebei langzamerhand beklemmen en met diep onbehagen vervullen zou. -- Geluk, HarM * Hoe denk je over het Crisisberaad? www.vaart.nl/peiling * Het adres voor reacties en nieuwe berichten: [email protected] * Afmelden op: [email protected] met tekst: unsubscribe VAART-L
