VAART-bericht van: "Hein Danser" <[email protected]>

Dag Herman,


Heb je hier wat aan??

http://voies-hydrauliques.wallonie.be/opencms/opencms/fr/hydro/Actuelle/crue/cruetableau.do?id=9


http://voies-hydrauliques.wallonie.be/opencms/opencms/fr/hydro/bulhyd.html


http://www.mobilit.fgov.be/nl/index.htm

En:

Art. 33. <KB 17-10-1956, art. 25> SAMBER EN EAU D'HEURE.
Het Belgisch gedeelte der gekanaliseerde Samber strekt zich uit van de Franse grens, te Erquelinnes, tot de Maas, te Namen, over een lengte van 93,015 meter. Wordt Boven-Samber geheten, het gedeelte van de rivier van de Franse grens tot aan sluis nr 10 te Monceau-sur-Sambre. Wordt Beneden-Samber geheten, het gedeelte van de rivier van de sluis nr 10 te Monceau-sur-Sambre, tot aan de samenloop met de Maas. Het door de Staat beheerd gedeelte van de "Eau d'Heure" strekt zich uit van haar monding in de Samber tot een punt 500 m stroomopwaarts; enkel ledige schepen mogen er op varen.

Art. 33.1. <KB 17-10-1956, art. 25> De bruikbare afmetingen der kunstwerken en de maximumdiepgang der vaartuigen, vermeld in artikel 1 van het algemeen reglement, zijn de volgende :

              Vakken.        Bruikbare   Breedte    Vrije      Diepgang.
                             lengte der    der      hoogte.
                              sluizen.   vaargeul.
                -                -          -         -           -
  1. Van de Franse grens       41,22 m      5,17 m     4,33 m     1,80 m
 tot boven de sluis nr. 5                               (b)       (1,90)
 te Thuin, behalve aan de        -           -         4,05 m
 wegbrug te Lobbes.                                     (b)
  2. Van boven de sluis        40,94 m      5,15 m     4,95 m     1,80 m
 nr. 5 tot beneden de sluis                             (b)       (1,90 m)
 nr. 9 te Landelies.
  3. Van beneden de sluis     109,45 m      6,25 m     4,85 m     1,80 m
 nr. 9 tot beneden de sluis                             (b)       (1,90)
 nr. 10 te
 Monceau-sur-Sambre.
  4. Van beneden de sluis     110,25 m      9,00 m     5,14 m     1,80 m
 nr. 10 tot boven de sluis                              (b)       (1,90 m)
 nr. 13 te Chatelineau (a)       -           -         4,05 m
 uitgenomen aan de                                      (b)
 spoorbrug te Acoz                                      (c)
  4. Van beneden de sluis     110,25 m      9,00 m     5,14 m     1,80 m
 nr. 10 tot boven de sluis                              (b)       (1,90 m)
 nr. 13 te Chatelineau (a)       -           -         4,05 m
 uitgenomen aan de                                      (b)
 spoorbrug te Acoz                                      (c)
  5. Van boven de sluis        70,03 m      5,15 m     4,45 m     1,80 m
 nr. 13 tot boven de                                    (b)       (1,90 m)
 sluis nr. 14 te
 te Farciennes.
  6. Van boven de sluis        46,05 m      5,15 m     4,43 m     1,80 m
 nr. 14 tot beneden de                                  (b)       (1,90 m)
 sluis nr. 21 te Bauce           -           -         4,27 m
 (d) uitgenomen aan de                                  (b)
 wegbrug te Tergnee.
  7. Van beneden de           138,85 m     12,50 m     6,23 m     1,80 m
 sluis nr. 21 tot aan de                                (b)       (2,40 m)
 samenloop met de Maas                                            (e)
 te Namen.
 N.B. 1. Het streepje betekent dat geen enkel kunstwerk de afmeting
 beperkt.
   2. De tussen haakjes vermelde diepgang is slechts bij wijze van
 tolerantie toegelaten. De schippers die er gebruik van maken, varen op
 eigen risico en gevaar.
 (a) Sluis nr. 12 te Montignies-sur-Sambre is buiten gebruik gesteld.
 (b) Bij normale regime kan die hoogte, gemeten boven het officieel
     waterpeil, verminderen door het feit dat het stuwpeil aan de stuwen
     stuwen 0,30 m hoger dan het officieel waterpeil van het bovenpand
     kan zijn, en daarenboven dat de water-spiegel gaat liggen volgens
     een glooiing die 0,10 m per kilometer kan bereiken.
 (c) De vrije hoogte van 4,05 m onder de brug, genaamd "Pont d'Acoz" mag
     wegens de omstandigheden door de hoofdingenieur-directeur van het
     gebied worden gewijzigd. Die wijziging wordt de gebruikers door
     middel van aanplakking ter kennis gebracht.
 (d) Bij afwijking van artikel 1, 2, van het algemeen reglement mogen de
     schepen waarvan de lengte (het roer ingehaald) de op dit vlak
     toegelaten maximumlengte van 45,75 m overschrijdt, er varen voor
     zover de normale bediening van de sluizen mogelijk blijft. De
     schippers, die van die tolerantie gebruik maken, varen op eigen
     risico en gevaar.
 (e) Op het vak 7 van de hiervoren staande tabel bedraagt de gedulde
     diepgang (2,40 m) in de aszone van de rivier op 5,00 m van de oevers;
     het varen en liggen van schepen met (2,40 m) inzinking wordt
     insgelijks geduld in de openbare havens, de private havens en langs
     de oevers, daar waar zulks speciaal ter plaatse is aangeduid.
     Die anduiding geschiedt door middel van op borden of op de walmuren
     geschilderde tekens; die tekens dragen in witte letters op blauwe
     grond de vermelding "(2,40 m)"; ze zijn geplaatst aan elk uiteinde met
     een naar het midden wijzende pijl; in voorkomend geval worden voor
     zeer grote afstanden, op verschillende punten en van tussenborden
     geplaatst, met twee pijlen in elke richting.
     De hierboven bedoelde diepang van (2,40 m) kan ingevolge een gewoon
     bericht van de hoofdingenieur-directeur van het gebied worden
     verminderd; in dat geval zal hij hetzij op het ganse vak, hetzij
     alleen voor bepaalde havens er van worden verminderd.


Art. 33.2. <KB 17-10-1956, art. 25> In afwijking van het algemeen reglement wordt de scheepvaart noch 's Zondags, noch op O.H. Hemelvaartdag O. L. V. Hemelvaartdag, Allerheiligen, noch op Kerstdag later geopend dan in het reglement is bepaald.

 Art. 33.3. <KB 17-10-1956, art. 25> Het jagen geschiedt :
1° Van de Franse grens tot de brug in de as der "rue Neuve" te Marchienne-au-Pont, op de linkeroever; 2° Van die brug tot de brug genaamd "Pont de Philippeville" te Charleroi, op de rechteroever; 3° Van de brug genaamd "Pont de Philippeville", te Charleroi, tot de brug van de weg Ligny-Denée, te Tamines, op de linkeroever; 4° van de brug van Tamines tot de brug genaamd "Pont de l'Evêche", te Namen, op de rechteroever; 5° van de brug genaamd "Pont de l'Evêche" tot de samenloop met de Maas, op de linkeroever voor de opvarende schepen, en op beide oevers voor de afvarende schepen.

Art. 33.4. <KB 17-10-1956, art. 25> In afwijking van het algemeen reglement, worden de voor een geregelde dienst voor reizigersvervoer gebruikte schepen en de plezierjachten van meer dan drie ton, geschut zodra ze bij de sluis aankomen dus voor alle andere schepen die op schutting wachten, zelfs voor die van een sleep waarvan de schutting aan de gang is.

Art. 33.5. <KB 17-10-1956, art. 25> Op de Boven-Samber is er hoogwaterregime wanneer het aantal getrokken balken aan de stuw van Solre-sur-Sambre ten minste 8 bedraagt op de Beneden-Samber, wanneer de kleppen der stuw aan Marcinelle met ten minste 65 punten zijn neergelaten. Gedurende de tijdperken van "hoogwater" moet de bemanning der afvarende schepen versterkt worden overeenkomstig de voorschriften van artikel 5 van het algemeen reglement. De Boven-Samber is in toestand van vloed wanneer het aantal getrokken balken aan de stuw van Solre-sur-Sambre ten minste 15 bedraagt, de Beneden-Samber, wanneer de bodemschuiven van de stuw van Marcinelle ten minste 25 punten zijn opgehaald. Gedurende de tijdperken van "vloed" moet de bemanning der op- en afvarende schepen versterkt worden overeenkomstig de voorschriften van artikel 5 van het algemeen reglement. Voor zover de bediening van de sluizen mogelijk is, en de vrije hoogte onder de kunstwerken volstaat - waarvan de schippers zich moeten vergewissen - mag bij vloed op eigen risico en gevaar worden gevaren onder de volgende voorwaarden :
 A. Stroomafwaarts :
De scheepvaart is enkel toegelaten met ledige vaartuigen welke de jaagoever houden, met één man aan land, en met de ledigvarende sleepboten. De hoofdingenieur-directeur van het gebied kan evenwel, in zekere panden, wanneer de omstandigheden zulks eisen, een tweede man aan land voorschrijven. Daarenboven is de scheepvaart tussen de nieuwe sluis te Namen en de samenvloeiing met de Maas insgelijks toegelaten voor de geladen vaartuigen welke de rechteroever houden.
 B. Stroomopwaarts :
De scheepvaart is voor al de vaartuigen toegelaten, behalve nochtans op de Boven-Samber waar slechts met geladen vaartuigen mag worden gevaren zo het aantal getrokken balken aan de stuw te Solre-sur Sambre minder dan 20 bedraagt, en op de Beneden-Samber waar slechts met geladen vaartuigen mag worden gevaren, wanneer de bodemschuiven van de stuw van Marcinelle minder dan 60 punten zijn opgehaald. Tussen de nieuwe sluis te Namen en de samnvloeiing met de Maas moeten de vaartuigen, zo dicht mogelijk de linkeroever houden.
-----------------------------------------------------------------------


Herman dit is het enigste wat ik kon vinden in het vlaams. Hoi Hein



* Voorkom blokkering; laat bij reacties alles weg wat niet van jezelf is
* Het adres voor reacties en nieuwe berichten: [email protected]
* Afmelden op: [email protected] met tekst: unsubscribe VAART-L


Antwoord per e-mail aan